rij voor de coffeeshop in amsterdam #coffeeshop #rij #coronacrises
2020

Run, Stoner, run!

Zondag 15 maart 2020. 17.25 uur. Ik zet de televisie aan, over vijf minuten is er een persconferentie. ‘Even hiernaar kijken,’ zeg ik tegen mijn geliefde. ‘Het is belangrijk.’

De persconferentie vermeldt nieuwe maatregelingen omtrent het coronavirus. Minister Slob begint en vertelt dat vanaf morgen de scholen en kinderopvang dichtgaan. Minister Bruins zegt even hierna: ‘Aanvullend komen we met nieuwe maatregelingen. 1: alle eet- en drinkgelegenheden sluiten vanaf zes uur vandaag de deuren. 2: ook sport en- fitnessclubs, sauna’s en sexclubs en coffeeshops sluiten vanaf zes uur vandaag en blijven tot en met 6 april dicht.’ Bij de tweede maatregel gaat er hier thuis een alarmbelletje af.

‘Wacht. Hè? Zei hij nou, na “sexclubs”, “coffeeshops?” vraag ik aan mijn geliefde.

‘Ja. Coffeeshops,’ antwoordt ze. ‘We moeten nu rennen naar de coffeeshop!’

‘Hoe laat is het?’ vraag ik hierna.

‘Net na half zes.’

‘Ok. Ik ga wel.’

‘Ok. Vlug!’

Gelukkig wonen we in Amsterdam en niet in een dorp. In de straat waar wij wonen zijn twee coffeeshops. Beide zijn schuin tegenover ons appartement. De meest dichtstbijzijnde is mijn favoriet. De medewerkers zijn er aardig, de sfeer is er relaxed en de Polm vind ik persoonlijk de beste van de stad.

Even een lesje tussendoor: Polm is hasj afkomstig uit Nederland, daar word je stoned van. Hasj en wiet uit verre warme landen geven je een high gevoel. High zijn is iets anders dan stoned zijn. Stoned zijn is ontspannen zijn. High zijn is meer een gevoel van opgewektheid. Als je mensen onophoudelijk ziet lachen tijdens het blowen, dan roken ze waarschijnlijk wiet of hasj uit een ver land. Stoners zijn degenen die languit op de bank liggen en filosoferen.

Nu verder naar mijn thuissituatie.

‘Contant geld, ik heb contact geld nodig!’ gil ik vanuit de gang als ik mijn jas aantrek. Bij de coffeeshop accepteren ze alleen contant geld en als ik nog moet pinnen en in de rij moet staan voor de pinautomaat, dan valt alles zeker in duigen. Never nooit, dat ik dan op tijd aan de beurt ben in de coffeeshop. Ik heb nu gelijk contant geld nodig.

‘Ik heb nog twintig euro!’ gilt mijn geliefde terug.

‘Ok. Snel! Waar heb je die? Geef!’

‘Ga! Nu! Vlug! Ren!’

Met het geld, ga ik vlug de deur uit. Buiten aangekomen zie ik een andere vrouw ook stevig de pas erin zetten. We passeren elkaar.

‘Ga je ook naar de coffeshop?’ vraagt ze me.

‘Ja! Zes uur gaat ie dicht!’

‘Ja! Wat idioot, hè!?’

‘Laten we gaan rennen!’

Ok. Ik ren mee.

17. 40 uur. Hijgend kom ik bij de coffeeshop aan, waar vanaf buiten al een rij op me staat te wachten. In de rij heerst een vrolijke en samenhorige stemming. We zijn hier allen met hetzelfde doel. We willen ons jointje, ook in de komende weken.

Het is geen hamsteren. Dit werd het vaak genoemd in media, maar dat is het niet. Hamsteren is belachelijk veel inslaan. De mensen in de rij slaan niet overdreven veel in. We kopen wat we anders ook zouden consumeren in de komende weken.

17.45 uur. Het is zover: ik ben inmiddels zo ver in de rij opgeschoven dat ik in de coffeeshop sta. Achter de toonbank zie ik een medewerker met zweet op zijn voorhoofd achter de toonbank staan.

‘Was je hier niet eerder van op de hoogte gesteld?’ vraagt een meneer die wordt geholpen.

‘Nee. Ze vertellen ons toch nooit iets? Ze laten ons altijd stikken!’

Ik vraag me af wat hij met “ons” bedoelt. En alsof hij mijn gedachten kan lezen, zegt de medewerker hierna: ‘Met “ons” bedoel ik “iedereen”, hè. De burgers.’

Ok. Duidelijk.

Het in inmiddels 17.50 uur. De gemoedelijke sfeer in de rij verandert in paniek. De wachtenden worden steeds zenuwachtiger. Binnen 10 minuten wil iedereen geholpen zijn. Sommigen vertrouwen het niet en geloven niet dat het snel genoeg gaat en verlaten de rij.

‘Kom. Ga mee!’ zegt een jongen tegen me, die voor me in de rij staat. ‘Er is hier verderop nog een coffeeshop. Mijn maat appt me net en zegt dat de rij daar niet zo heel lang is.’

De jongen is een bal. Zijn kakaccent geeft me de kriebels. Niet te vertrouwen. Ik blijf staan waar ik sta. Ik blijf vertrouwen hebben.

Om 17.55 ben ik aan de beurt. Ik geef de medewerker 20 euro en vraag hasj voor dit bedrag. De druk is voor hem moeilijk te handelen. Hij trilt met het mes, waarmee hij de hasj snijdt. ‘Sorry hoor, maar ik voel de spanning hier,’ zegt hij tegen me. ‘Ik probeer zo snel mogelijk te zijn.’ Hierna geeft hij me een zakje gevuld met hasj en tien euro terug. Ik laat de tien euro op de toonbank liggen en kijk hem bedenkelijk aan. De medewerker is duidelijk in de war door de drukte. ‘Oh, sorry, sorry, je wilde voor 20 euro. Wacht nog eventjes.’ Ik vind het niet erg om nog ietsjes langer te wachten, maar de rij achter me slaat op hol.

‘Oh nee, dit ook nog! Schiet nou op!’ zegt een jongen in de rij.

‘JA! Het is al bijna tijd!’ schreeuwt een ander.

‘Ach, we kunnen toch wel iets langer doorgaan?’ vraagt een oudere dame.

‘NEE! Dat kunnen we absoluut niet!’ schreeuwt de medewerker vanachter de toonbank. ‘Zes uur is zes uur! Geen seconde later! We gaan zo écht dicht!’

De medewerker van de coffeeshop houdt zijn woord, om zes uur precies sluit hij de zaak. De klanten die binnen de tijd geholpen konden worden, staan even later in een vrolijke stemming buiten met elkaar te praten. ‘Het is ons gelukt!’ gilt een mevrouw. ‘JA! Geen slapeloze nachten…’ schreeuwt een jonge man. Er volgt een vreugdedansje. De mensen die het niet is gelukt, blijven voor de gesloten deur staan en beginnen te bonken op de deur en vragen vanaf buiten of ze misschien alsjeblieft nog even naar binnen mogen, maar tegevergeefs, de coffeeshop blijft dicht.

Zondag 15 maart, tussen 17.30-18.00 uur was het een hysterie hier in de Jan Pieter Heijestraat in Amsterdam. Nog nooit eerder stond er zo een lange rij voor de pinautomaat. Nog nooit eerder was het zo druk in de coffeeshops, dat de rij zo lang was dat er buiten al wachtenden stonden. En nog nooit eerder zag ik mensen rennen om wat stuff te halen. De sluiting van de coffeeshops kon rekenen op gelach van voorbijgangers en paniek bij de rokers. Het was een zondag, die blowers nog lang bij zal blijven.

Maandag, de dag erna, mochten de coffeeshops hun deuren weer openen voor het afhalen van hasj en wiet. Het kabinet besloot dat voor coffeeshops dezelfde regels gelden als voor afhaalrestaurants.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!