spuug op de trap
2020

De donkere kant van de buurman

Zondagmiddag, net na twaalven. Ik ben net wakker. Uitslapen is gelukt. Nu gauw naar buiten met de hond.

“Goedemorgen. Oh nee, het is al middag. Goedemiddag!” zegt de buurman die klusspullen op de gang zet, als ik de huisdeur open.

Zijn begroeting verrast me. Ik ben gewend om door hem genegeerd te worden of alleen een boze blik te ontvangen.

“Ja, het is net middag. Klopt. Goedemiddag,” zeg ik terug, terwijl ik de huisdeur achter me dicht doe en de hond kort houd.

Mijn blik valt hierna op de trap in de gang, die mijn vrouw en ik delen met de buurman en zijn gezin die naast ons wonen. Er ligt spuug op een van de bovenste treden. Ik was al van plan een briefje te schrijven over de troep in de gang, zal ik er dan ook bij vermelden dat er niet gespuugd mag worden? Nee, ik zie dit nu. Het ligt nu voor mijn neus. Waarom moeilijk doen via een briefje als ik er nu wat van kan zeggen? Maar dan gaat de buurman vast weer tegen me tekeer. Jezus. Dillema’s in het leven toch ook. Toch waag ik het erop. De spuug op de trede kijkt me aan en maakt me misselijk.

“Wie spuugt er nou hier op de trap?” zeg ik, wanneer ik de huisdeur op dubbelslot doe. Ik kijk de buurman niet aan. Zo beschuldig ik hem en zijn gezin niet. Ik praat als het ware tegen lucht.

“Weet ik niet,” zegt de buurman terug. “Jij?”

Oh mijn God, daar gaan we weer! Zijn antwoord slaat weer eens nergens op. Net als de vorige keer, toen ik hem aansprak over het vuil dat van boven naar beneden wordt gekwakt in de tuin van de onderbuurman en hij de boel ook compleet verdraaide.

“Hè? Ik? Ik kom net de deur uitgelopen,” zeg ik terug, terwijl ik van de trap afloop en mijn hond dirigeer langs de spuug te lopen.

“Ja. Jullie spugen hier op de gang!” zegt de buurman nu op een zeer felle agressieve toon. “Jullie zijn vies! Bah! Bah!”

Eerder werd ik altijd bang van zijn agressieve houding richting mij en kromp ik ineen. Maar nu ben ik er onderhand wel bekend mee en deins ik er niet meer voor terug.

“Hoe kan dat nou? Mijn vriendin slaapt en ik ben net wakker!” zeg ik luid terug.

“Ja. Jij slaapt! Het is middag. En jij slaapt!” schreeuwt de buurman nu naar me.

Om deze opmerking moet ik ergens wel lachen in mijn hoofd. Waarom denkt hij in hemelsnaam na over mijn slaappatroon? Wat is het toch een rare vent. 

“Serieus? Ga jij je nu bezighouden over hoelang ik slaap?” schreeuw ik terug. “Laat me met rust, man! Het is zondag! Een rustdag!”

Dat schreeuwen lucht ergens wel op. Hij schreeuwt. Ik schreeuw terug. Het voelt veel beter dan jaren geleden, toen ik nog bang van hem was.

“En waarom zeg je dat over spugen tegen mij?” Het schreeuwen gaat door. “Wat denk jij nou eigenlijk? Wij zijn geen dieren! Bah!”

Nou zeg, wat trekt hij het zich allemaal opeens persoonlijk aan. Ik wil niet veel zeggen, maar zo maak je jezelf wel erg verdacht. Kijk hoe opgefokt doe je doet, man. Neem je rust. Het is zondag. Relax.

“Nah, gezellig weer! Echt reuze gezellig! Fijne dag nog hè!” schreeuw ik terug, wanneer ik onderaan de trap aankom.

Het schreeuwen maakt iets in me los, waardoor ik nu de drang voel om me tegen iedereen te uiten. Als ik een van de zoons van de buurman beneden in de deuropening zie staan, wil ik hem gelijk zeggen hoe gezellig het weer was met zijn vader. Maar nu houd ik me in. Hij kent de buien van zijn vader natuurlijk als geen ander.

Het maakt me niets meer uit. De spuug niet of wie het heeft gedaan. Het kan me niets meer schelen. Ik heb met de kinderen van de buurman te doen. Die hebben dag en nacht met hun vader te maken. Ik maar eventjes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!