nos journaal - #nos #journaal #sheyna
2020

The Day After: “Ik denk dat jongeren echt een beetje schijt hebben.”

Met de hond ga ik richting het Vondelpark. Gistermiddag waren we er ook, maar die pret was maar van korte duur. Het park was massaal bezet door jongeren. Dit was ook te zien op tv. Het liep de spui gaten uit.

Kijk, jong en lui, ik ben ook ooit eens jong geweest, dat was zelfs nog niet eens zo erg lang geleden. Ik begrijp de onrust die jullie voelen. Helemaal. Echt. Ik snap het. Maar door dit soort acties in het park, verpest je het voor iedereen die graag in het park komt en breng je mensen in gevaar. Denk na.

Door de drukte in het park was er geen lol te beleven voor de hond. Aan haar beloofde ik daarom de volgende ochtend terug te komen, dus nu zijn we er weer naartoe onderweg.

Voor het park sta ik stil. Ik kan niet verder. De ingang van de Kattenlaan die ik altijd neem is gesloten. Ik loop naar de eerstvolgende, deze is ook dicht. Bijna wil ik weer naar huis terugkeren, maar ik geef niet op. Ik beloofde het mijn hond. Bij de Stadhouderskade tegenover het Max Euweplein tref ik een open hek aan, maar hier staan toezichthouders de ingang te blokkeren en een grote groep mensen staat er omheen.

‘Waarom mogen we nou niet naar binnen?’ vraag ik aan een toezichthouder.

‘Heb je het nieuws gisteren niet gezien ofzo?’ krijg ik terug.

‘Ja. Dat was gisteren. Nu is het de volgende ochtend.’

‘Dat klopt. Goed opgemerkt. En nu is het park dicht.’

Een man achter me wordt onrustig en begint tegen de toezichthouder te schreeuwen.

‘Laat me naar binnen, man! Dit slaat nergens op! Ga uit de weg! Rot op!’

‘Ga jij nog even zo door,’ schreeuwt de toezichthouder terug naar de druktemaker, ‘neem ik je zo mee naar het bureau!’

‘Dat kan je helemaal niet maken, mafkees!’

‘Dat kan ik zeker wel. En nu helemaal! Kom maar mee!’

‘Ik ga helemaal nergens met jou mee naartoe. Laters!’

De man loopt hard weg. De toezichthouder kijkt hem na. Ik blijf nog even staan.

Het is niet dat ik denk dat ik zo wél naar binnen mag, maar iets in me zegt: blijf gewoon nog even hier, ga nog niet weg. En wel ja, enkele minuten later, ontvangt de toezichthouder een belletje van hogerop: het park mag weer open. Dit roept om nog een gesprekje met de toezichthouder.

‘En waarom mag ik nu wel naar binnen?’ vraag ik aan de toezichthouder.

‘Het is nog niet druk.’

‘In de ochtend is het altijd rustig.’

‘Kijk, jonge dame, ik maak de regels niet. Ik vond het ook een vreemde actie, maar ik heb er niets over te zeggen.’

‘Ok. Veel succes nog vandaag!’

‘Dank je wel. Veel plezier in het park!’

Mijn hond laat ik los. Die rent gelijk als een speer het park in. Daarvoor ben ik hier, mijn hond laten rennen. Tijdens het wandelen valt me gelijk de troep op. In het gras liggen bierflesjes, wijnflessen en chipszakken. The day after…het ziet er verschrikkelijk uit.

In de buurt van het grote standbeeld van Vondel vraagt een reporter van de NOS of hij me wat mag vragen. Het park is me lief en de troep die ik nu om me heen zie raakt me, dus ja. Vraag maar.

‘Was je hier gisteren ook?’

‘Ja. Eventjes. Het was zó druk dat ik snel weer naar huis ging. Het leek wel een popfestival. Echt niet normaal.’

‘En wat vond je daar dan van?’

‘Ik denk dat jongeren echt een beetje schijt hebben. Om het maar even plat te zeggen.’

Na deze opmerking moet de reporter lachen. Ja. Jeetje. Wie zegt er nou “schijt”? Waarom moest ik dat zeggen? Op het journaal nog wel. Hierna wordt de voxpop ook gelijk afgerond. Logisch, de reporter heeft wat hij wil.

Jaren geleden werd ik eens staande gehouden door Robert Jenssen, die in een zijstraat van de Kinkerstraat om de hoek verscholen stond met zijn crew. Hij vroeg me iets, ik weet niet meer wat, maar ik weet wel dat ik niet voor paal wilde staan op tv en dus een weloverwogen antwoord gaf en ik daarna gelijk zei: ‘Daar kon je niets mee hè.’ En hij toen geërgerd zei: ‘Nee, daar had ik echt helemaal niets aan.’ Heerlijk vond ik dat. Ik genoot.

Aan het einde van het park bij de uitgang aan de Amstelveenseweg mag ik eindelijk het park verlaten. Thuis aangekomen ben ik nogal moe van het lopen. Die 10000 stappen waar ik normaal de hele dag zoet mee ben, heb ik deze ochtend gelijk al ruim overschreden. In de woonkamer zet ik gelijk de televisie aan en zeg tegen mijn vrouw: ‘Kijk, daar ben ik op het journaal!’ En ja hoor, daar hoor je me “schijt” zeggen. Ach ja, ik had die uitspraak er ook uitgeknipt om in de reportage te plakken. Het is een blijvertje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!