2019

Zaterdagochtend op de markt

Mijn hond wekt me. Ze wil naar buiten. In de ochtend gaan we samen geregeld naar de markt om wat boodschappen te doen. Alleen vermijd ik de zaterdagochtend. De Kinkerbuurt is een gewilde buurt geworden en op zaterdagen merk je dat vooral. Als je niet van drukte houdt dan kun je beter binnenblijven. Toch besluit ik om naar de markt te gaan, anders moet ik er later op de middag heen en dan wil ik met de hond naar het park en het park is niet de kant op van de markt, we gaan dus toch maar.

Op de markt aangekomen gaan we eerst naar de groenteboer, waar we sla, tomaten en ui halen. Deze hebben we nodig voor op ons broodje biologische hamburger. Daarna moeten we naar de bakker op de markt voor de bolletjes waar de hamburgers op moeten. Maar voordat we naar richting de bakker kunnen, vindt mijn hond dat we eerst de andere kant op moeten. Ze moet een andere hond begroeten. Het blijkt haar beste maatje te zijn. “Hi Nelson”, zeg ik tegen de hond. Nelson reageert niet, die heeft alleen oog voor mijn hond. De baas van Nelson reageert wel. Ik vraag of ze vanmiddag ook naar het park gaan. Ja. Ok. We zien elkaar daar later.

Bij de bakker op de markt is het druk. Heel erg druk. Dit was te verwachten op deze zaterdagochtend. Er zijn rijen voor de counter gemaakt. Nou ja, rijen…het zijn geen rijen zoals in een supermarkt. Hier voor de stal staan gewoon heel veel mensen en de brutaalste wordt als eerste geholpen. Ik kan er dus al vanuit gaan dat ik als laatst van al deze mensen aan de beurt ben. Ik ben net wakker, leef nog niet echt en ik heb geen zin in praatjes en al helemaal geen zin in discussies over wie er nu eerder aan de beurt is. Ik laat het gewoon voor wat het is. Ik ga staan en bereid mezelf voor op een hele lange wachttijd.

Mijn hond is niet geïnteresseerd in de bakker. Zij richt zich op de kraam er tegenover. Daar verkopen ze kaas. Ze begint te trekken en te piepen. Ze wil naar de kaas toe. Mensen om me heen in de rij kijken naar mijn hond. Ik hoor ze denken: kan dat beest niet effe normaal doen? Nee, dat kan ze niet als ze kaas ruikt.

De rij lijkt niet korter te worden. We blijven op dezelfde plek hangen. Wat logisch is, als mensen continu voordringen en ik mijn mond niet opendoe.

Mijn hond wordt nog onrustiger. Die snapt niet waarom we blijven staan waar we staan en niet richting de kaas gaan. Ze begint te blaffen. Niet een gewone brave blaf, maar een hysterisch hoge verwende jankblaf, waar niemand op zit te wachten.

Een kind van rond de zeven jaar komt naast me staan en zegt: “Ik word bang als jouw hond blaft.” Ok. En wat moet ik met deze informatie? Ik ben dan wel een hondeneigenaar. Maar dat maakt me nog geen hondenfluisteraar. Het is niet alsof ik haar rustig kan krijgen. Ze is dikwijls de baas over mij. Nu helemaal, nu ze kaas ruikt besta ik niet meer.

“En wat kan ik daaraan doen?” zeg ik terug tegen het kind. Oef, geen beste reactie. Ik schaam me gelijk voor mijn adremheid. De moeder van het kind kijkt me boos aan. Ik geef haar groot gelijk. Het was onaardig van me en ook niet echt een antwoord waar het kind iets aan heeft. Ik ben soms gewoon niet zo tactvol als het kinderen betreft en al helemaal als ik net wakker ben. En nu voel ik me natuurlijk schuldig over mijn botte reactie.

Ik keer me weer terug naar het kind.

“Nou, weet je waarom ze zo blaft?” zeg ik op mijn meest zachtaardige toon. Het kind kijkt me vragend aan. “Ze blaft zo, omdat ze daar kaas ziet en nu wil ze een stukje kaas. Het is namelijk haar lievelingseten, dus nu wordt ze een beetje gek omdat ze een stukje kaas wil.” De moeder kijkt me nu geruststellend aan. Ze waardeert mijn comeback. “En weet je dat honden veel beter kunnen ruiken dan mensen? Zij ruikt de kaas en kan het dan al bijna proeven. Dan kan je wel begrijpen dat ze zo gek doet hè.” De moeder van het kind geeft me nu een glimlach en neemt de boel over. “Nu is het niet meer zo eng hè,” zegt ze tegen haar dochter. “Eigenlijk is het best wel lief toch?” De dochter knikt. Ze is gekalmeerd. En de moeder staart tevreden voor zich uit.

Bij thuiskomst keer ik terug naar de stilte. Mijn vrouw had nachtdienst vannacht. De hond is stil. Ik ben stil. We genieten van de rust en stilte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!