Lente #spring #flowers #tree #park #vondelpark #happy
2021

“You’ve got to get up every morning with a smile on your face. And show the world all the love in your heart.” – Carol King, Beautiful

Deze ochtend ben ik onderweg naar de bakker op de markt. Ik kom bij de bakker aangelopen met muziek door mijn oren. Het album Tapestry van Carol King staat op. Carol verwoordt mijn blije gevoel. Ik stond inderdaad op met een lach op mijn gezicht en ben bereid de wereld alle liefde in mijn hart te showen. Bij de bakker aangekomen, verandert deze visie op het leven in één ogenblik als ik de blik van de man achteraan de rij opvang. Hij grijpt me gelijk. Ik kijk een andere kant op en sta even stil, zoek in mijn tas alsof ik iets vergeten ben. Ik word overvallen door twijfel, onzekerheid en angst. Ik wil me vasthouden aan alle liefde die ik zo kort geleden nog voelde stromen door mijn aderen en met iedereen wilde delen, maar nu hier achteraan de rij van de bakker, staat er iemand voor me die me heel boos en vuil aankijkt. Ik voel me klein. Minuscuul. Zo klein als een mier die je ongemerkt met je schoen doodtrapt. Ik ken deze man niet, maar hij kijkt me aan alsof ik ongedierte ben. Ik roep bij hem iets walgelijks op waar ik geen weet van heb. Ik weet niet wat ik met de situatie aan moet. De Amsterdamse in mij had er allang uitgegooid “Is er iets? Wat kijk je, man? Mot je wat?” Maar die ad remme kant uit ik zelden. Mijn bijdehandheid komt vooral voort uit onrust en die weg bewandel ik nu niet. Ik stond immers op met een lach op mijn gezicht. Ik doe mijn koptelefoon uit mijn oren. Pas mijn lichaamshouding aan door goed rechtop te staan. Hier ben ik. Is er iets, zeg het maar. De man doet een stap achteruit. Hij belandt hierdoor dicht op de mevrouw die voor hem in de rij staat. Zij kijkt hem vreemd aan, gezien de anderhalve meter die hij overschrijdt. Hij is niet met haar bezig. Zijn blik blijft gericht op mij. Onophoudelijk blijft hij me aanstaren vol afkeer. Ik besluit me bezig te houden met mijn hond die trekt en naar de kaaskraam wil die schuin tegenover de bakker is. “Nee, lieverd, ik weet dat je gek bent op kaas. Maar we gaan vandaag niet naar de kaaskraam, ” zeg ik hardop tegen mijn hond, waarna ik haar een kusje op haar voorhoofd geef. Een mens die tegen zijn hond praat en hem kust; menigeen zou hierom lachen of me in ieder geval een glimlach toewerpen. Bij de man brengt het niets positiefs teweeg. Zijn houding blijft onveranderlijk. Er komt een caissière vrij. Ze roept: “Volgende!” De man stapt gelijk op de caissière af en groet haar vol vrolijkheid alsof het de mooiste lentedag ooit is en hij nog nooit in een beter humeur was als vandaag. De mevrouw die voor hem in de rij stond, staat perplex omdat hij voordringt. Ze keert zich naar mij en zegt: “Nah, moet niet gekker worden. Nu dringt hij óók nog eens voor! Wat is zijn probleem toch?” Ik ben nog in een waas van spanning waar ik in belandde toen de man zijn afschuw op me neerkletterde. Maar nu er iemand tegen me spreekt, duurt het niet lang voor ik uit de mistige toestand raak en alles weer helder zie. “Ach ja, ieder heeft zijn sores hè,” zeg ik tegen de mevrouw terug. “Laten wij onze dag daar maar niet door beïnvloeden.” Ik hoor mezelf de opmerking maken en merk gelijk dat ik uit de drukkende mistige toestand stap, waar ik zojuist nog in leek vast te zitten. Ik start de dag opnieuw, met mijn lach op mijn gezicht en alle liefde in mijn hart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!