2019

Wat een gereis

Rond middernacht komen we aan. We zijn geen mens meer en ploffen neer op bed. “We zijn precies twaalf uur onderweg geweest,” zeg ik tegen mijn vriendin. “Ja. Dit doen we nooit meer,” zegt ze terug. Nee. Nooit meer. Wat een gereis.

Een vlucht, treinreis en busreis hebben we achter de rug. Onze eindbestemming is het plaatsje Mitzpe Ramon in het zuiden van Israël, midden in de woestijn.
Mijn geliefde vroeg tijdens het plannen van de reis of ik liever de woestijn of het strand wilde zien. Mijn voorkeur ging uit naar de woestijn. Maar daar moet je wel wat voor over hebben als je de dag van vertrek er wil aankomen.

Na zo een zes uur inclusief vertraging in het vliegtuig zitten, wacht er een treinreis van meer dan drie uur op ons.
Tijdens de treinreis ga je poepen, zeg ik tegen mezelf. In het vliegtuig lukte het namelijk niet. Erg frustrerend. Reizen vraagt altijd wat van mijn darmen. Die raken de weg kwijt. Ik voel dan dat ik nodig moet, maar het lukt me dan niet. Heel vervelend. In de trein probeer ik te poepen. Maar krijg er met veel moeite alleen een harde keutel uit. Het lijkt wel een konijnenkeutel. Wat heb ik daar nou aan?! Mijn buik is keihard. Ik voel me beroerd. En je geeft me alleen een miezerig keuteltje? Alsof dat oplucht. Sjeesus! Ik wil het nog een poging geven door wat langer te blijven zitten, maar dan begint er iemand hysteries op de deur te bonken. What the hell? Kan ik eindelijk zitten hier en dan wordt er iemand gek aan de andere kant van de deur. Ga weg! Het is nu tijd voor mijn darmen! Laat mijn darmen en mij met rust! Ik kap met het proberen. Het poepen hier gaat nergens meer over. Ik heb een wc nodig, waar ik rustig kan zitten. Er zit niets anders op. Ik moet maar wachten tot we in het appartement aankomen. Nog zo een vijf uur ofzo.

Na de treinreis komen we aan in het plaatsje Beër Sjeva, waar we op een bus moeten overstappen. Ergens achter het treinstation zitten we op een stoep en roken we een sigaretje. Het voelt er wat groezelig aan. Een meid stapt uit een auto. Haar tieten vallen bijna uit haar BH. Ze stapt op een groep mannen af. Ze praten even. Eentje van hen neemt haar mee. “Volgens mij is dit een tippelzone,” zeg ik tegen mijn vriendin. “Volgens mij ook, ja,” zegt ze terug. “Zullen we uitzoeken waar de bushalte is?” vraagt mijn vriendin hierna. Ja. Ik wil nu eigenlijk wel daar wachten en weg van hier. Nog even doorzetten, zeg ik tegen mezelf, alleen nog de bus en dan zijn we er. Maar we hebben geen energie meer. We zitten er compleet doorheen. Teveel uren onderweg zijn en teveel indrukken vragen zijn tol.

Na een uur op de bus wachten, stappen we dan eindelijk in voor onze laatste lange rit. Enkele minuten voor onze halte wordt het mijn vriendin teveel. Ze krijgt een soort paniekaanval. We zijn er bijna en nu draait ze door. Hè? “Ik wil eruit. We stappen nu uit de bus. Nu!” zegt ze, terwijl ze opstaat. Ik trek haar weer terug de stoel in en kalmeer haar. “Lieverd, nog eventjes en dan zijn we er. Echt waar,” zeg ik tegen haar. Als we dan eindelijk in Mitzpe Ramon aankomen, onze plek van bestemming, omhelzen we elkaar. We willen huilen, maar houden ons in. “Dit doen we nooit meer hè,” zeg ik tegen mijn vriendin. Nee. Ze beloofd me dat we nooit meer zolang onderweg zullen zijn.

Op reis gaan is leuk, een heel avontuur. Maar dan wel met een tussenstop ergens, waar je kan rusten en jezelf kan worden, een dutje kan doen en kan poepen. Weer een lesje geleerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!