ACTA gang - Artseneed, eed van hippocrates
2022

Een trauma geboren

Onder de douche denk ik aan gisteren en begin ik keihard te huilen. Hysterisch ben ik. Het is huilen en schreeuwen tegelijk. Waarom raak ik nog zo van slag door iets dat gisteren gebeurde? Toen ik gisteren uit de behandelkamer kwam en de baliemedewerkster me troostte en zei ze dat het vast de spanning was die er nu uitkwam. Knikte mijn hoofd. Ik was het met haar eens. Maar nu, de dag erna kan het toch niet meer die spanning zijn? Ik bedoel, ik huil excessief als een klein kind met lange halen, als ik eraan terugdenk. Dat is niet meer de spanning die loskomt na een stressvolle gebeurtenis. Het is iets compleet anders.

Een trauma is zo geboren en gaat nooit meer weg. Een trauma komt geheel uit het niets. Altijd komen ze onverwachts en zit je er niet op te wachten. Want laten we eerlijk zijn, niemand zit toch te juichen bij een gebeurtenis die zo heftig is dat ie hem de rest van zijn levensdagen nooit meer zal vergeten? Nee. Precies. Niemand. Het liefst ontwijken we ze uit alle macht. We kunnen er alleen niets aan doen, als er weer eens eentje in ons systeem binnensluipt als een bloedlustige seriemoordenaar die millimeter voor millimeter ons brein binnendringt tot het gedeelte bereikt is waar het zich nestelt om zich nooit meer te verplaatsen en je voor altijd zal teisteren doormiddel van onder andere nachtmerries, onverwachtse huilbuien en angstaanvallen. Zo zijn trauma’s, ze verlaten je nooit meer. Het enige wat je met ze kan, is met ze leren omgaan.

Het gekke was dat ik tijdens het gebeuren al wist dat een trauma zich nestelde in mijn brein. Er was namelijk een moment dat ik dacht: ok, dit zul je nooit meer in je leven vergeten. En dan is het te laat om nog terug te keren naar voorheen, om terug te gaan naar hoe je ervoor was. Nu is alles veranderd. Er is een trauma geboren. Vanaf dat moment zul je alles wat zich associeert met die plek en gebeurtenis willen vermijden en vergeten. En toch, toen ik achteraf in de wachtkamer totaal buitenzinnen aan het huilen was, knikte ik domweg toen de baliemedewerkster zei dat het vast de spanning was die nu loskwam. Maar ja, zo ben ik ook wel weer, ik knik snel mee. Ik ben een pleaser. Ik ben het graag met mensen eens. Conflicten ga ik met alle macht uit de weg. Dat ik de dag erna toch verbaasd was dat ik nog zo overstuur erdoor raakte is misschien ook wel omdat ik niet wilde geloven en niet wilde toegeven dat het zo een diepe impact op me had. Ik had het heel graag anders gezien. Maar het was me al verdomd snel duidelijk dat er iets verschrikkelijks was gebeurd en ik nu de prijs ervoor kon gaan betalen met mijn tranen.

Voor mij is naar de tandarts gaan niet eng, verre van zelfs, er zijn jaren geweest dat ik er bijna iedere week een bezoekje bracht en er urenlang doorbracht als patiënt van studenten dus voor mij is een tandarts iets dood normaals geworden. Een kaakchirurg is wel next level, maar zelfs daarheen gaan is geen zeldzaam gebeuren meer. Dit werd mijn vijfde bezoek. Jawel, er zou voor de vijfde maal een kies getrokken worden. Ik heb veel problemen met mijn gebit. Niet omdat ik niet goed poets of een erfelijke aandoening heb, maar omdat ik de boel kapot knars en klem. Tanden en kiezen maak ik stuk en ik ga zelfs zo ver dat ik wortels breek. Gevolg daarvan is dat er kiezen getrokken moeten worden en ik bij de kaakchirurg beland. Heel erg klote allemaal, het is een ziekte genaamd bruxisme, maar daar ga ik graag een ander keertje dieper op in. Nu sta ik stil bij mijn laatste bezoekje aan de kaakchirurg.

Van tevoren had ik al geen goed gevoel over mijn afspraak bij de kaakchirurg. Gek misschien, maar nare situaties voel ik soms van mijlen ver al aankomen. Deze voelde ik in de wachtkamer al binnen komen denderen. Mijn hele gestel schreeuwde: ga weg, ren weg, dit wordt heftige nare shit die je nooit wil meemaken in je leven. Maar ja, ik zat daar al in die wachtkamer. Ik kon geen kant meer op. Ok, ik kon natuurlijk de ruimte uitlopen en het gebouw verlaten. Maar wie doet dat nou? Niemand. Precies. Nou ja, in ieder geval niemand die ik ken. Je hebt een afspraak en die kom je na. Ik moest er zijn omdat er een kies uit moest, dat moest. Daar kon ik niet onderuit. Er zat niets anders op. Ik had het ook al te lang uitgesteld, waardoor er een ontsteking was ontstaan in mijn kaak die zo kon figureren in een horrorfilm: een grote bult inclusief gore pus. Je wilt niet weten hoe vies en pijnlijk dit gezwel was. Het was een hel in mijn mond. Die kies moest er dus uit. En wel zo snel mogelijk! Maar toen ik in de wachtkamer van de kaakchirurg plaatsnam voelde ik dat er iets niet pluis was.

Ik moest een poos wachten tot ik aan de beurt was en hierdoor steeg de spanning natuurlijk alleen maar. Logisch dat ik zenuwachtig om de kies die eruit moest, maar aangezien ik er een paar maanden ervoor ook al was voor een andere kies, waren de zenuwen niet van een erg hoog niveau. Nu was het een ander soort spanning die ik niet goed kon plaatsen. Waar kwam deze spanning vandaan? Waar ging dit over? Waarom was ik nu zo gespannen voor wat ging komen? Ik wist toch inmiddels hoe een kaakchirurg te werk ging? Verdoven, trekken en voilà! Kies eruit en ik kon weer gaan. Toch zei mijn gevoel dat het nu anders zou gaan, dat ik nu niet binnen tien minuten weer buiten zou staan. Het was ook geen goed teken dat de chirurg zo een tijd op zich liet wachten. Niet alleen de patiënt voor mij nam zijn tijd in beslag. Er was meer gaande. Op een gegeven moment verliet de chirurg de behandelkamer, liep door de wachtkamer en verdween in een andere kamer dat leek op een kantoortje. Hij ging ernaar binnen, pakte een mobiel en met de telefoon aan zijn oor sloot hij beide deuren van de kamer, de deur die naar de wachtkamer leidde en de deur die ik nog nooit eerder dicht zag gaan die grensde aan de balie. Het was duidelijk dat hij niet gestoord wilde worden of dat anderen hem konden horen. En ik ben er zeker van dat hij nog bij dat telefoontje was toen hij de behandelkamer binnenkwam met mij in de stoel.

Ik werd als een nummer behandeld. Niet als een mens. Er kwam geen greintje van gevoel aan te pas. Nu vraag ik niet om Willeke Alberti of om ander mens met hetzelfde soort van empathisch vermogen, maar wat ik wel verwacht is dat ik gezien word. Dat je me aankijkt, uitlegt wat er gaat gebeuren en me geruststelt als je daar een gespannen patiënt, zoals ik, aantreft in die stoel van je. Niets van dit alles gebeurde echter. De arts nam enkele meters van mij plaats in zijn stoel, stelde zich voor zonder mij aan te kijken, zat daar achter zijn computer naar het scherm te staren en zei verder niets. Zo een minuut erna stond hij op, deed vele verdovingsprikken snel en hardhandig in mijn kaak (hoe langzamer je de verdoving erin spuit, hoe minder pijnlijk het is, dit vertelde een andere kaakchirurg eens aan me) en ging weer terug naar zijn stoel achter zijn beeldscherm. Er werd opnieuw niets gezegd. Door de stilte steeg de spanning en voelde ik tranen opkomen en deed ik mijn uiterste best om niet te gaan huilen. De assistente had dit door en zei enkel dat het zo achter de rug zou zijn en dreunde haar standaard praatje op over de nabehandeling en eventuele complicaties in monotone toon. Ik voelde me niet gezien. Er had net zo goed een pop kunnen liggen in plaats van mij, want niemand in die kamer leek door te hebben dat ik bijna stikte van de spanning die me opbrak voor wat er komen ging. En ik was niet gek, verre van zelfs. Er was reden genoeg om angst te voelen, om bang te zijn. Ik zou niet zoals de vorige keer bij een andere kaakchirurg binnen vijf minuten weer buiten staan. Nee, dit was andere koek. De kille sfeer die er in de kamer heerste zei al alles, die was te voelen van hier tot Tokio. Het was een sfeer die me deed denken aan een slachthuis. Zo doods voelde het aan. Nadat de arts dacht dat de verdovingen waren ingewerkt of nou ja, hier ga ik dan vanuit want hij zei geen woord, stond hij op uit zijn stoel, nam een tang en ging regelrecht gelijk richting de kies, zonder ook maar één enkel woord met me te wisselen. Hij trok en trok en bleef maar wikken en trekken. Het ging niet. De kies wilde niet. Het trekken werd zo hevig, er kwam zoveel kracht en geweld aan te pas dat de kies uiteindelijk in stukken brak. Ik hoorde hem breken en kon alleen maar denken: welkom in de hel! Zonder waarschuwing of aankondiging werd er vervolgens een gigantisch grote boor in mijn mond gedouwd die hels veel kabaal maakte en als een idioot tekeerging in mijn kaak. Ik wist niet wat ik meemaakte. Dat wist ik ook écht niet, omdat me niets verteld werd. Helemaal niets! En door de plasticdeken die over me heen lag en mijn ogen bedekten zodat ik niet verblind werd door het felle licht zag ik dus ook helemaal niets. Als een blinde lag ik daar dus. En als er dan niet aan je verteld wordt wat het stappenplan is komt dus alles als een ware donderslag bij heldere hemel bij je binnen. Een boor, een tang, weer een boor en weer een tang, het ging maar door en ik kreeg geen pauze om even op adem te komen of me te realiseren in wat voor situatie ik nu in hemelsnamen was beland, ik dacht alleen maar: komt hier nog een eind aan? Laat dit stoppen! En dat was het moment dat ik wist dat ik dit nooit meer van mijn levensdagen zou vergeten. Het was geen kwestie meer van mijn tranen bedwingen, er was geen tegenhouden meer aan. Ik voelde de tranen over mijn wangen glijden. Het was de hulpeloosheid die me zo radeloos maakte en me aan het huilen bracht. Ik was overgeleverd aan een ander en deze ging totaal respectloos met me om. Alle handelingen werden uitgevoerd zonder dat er van tevoren een seintje werd gegeven over het verloop van de behandeling, zonder mij de patiënt bij de operatie te betrekken maakte het traumatisch. In totaal is de kaakchirurg 20 minuten wezen trekken en boren en heeft hij mij niet één keer gevraagd hoe het met me ging. Toen ie klaar was, nam hij na het hechten gelijk weer meters van me vandaan plaats achter zijn beeldscherm en was het enige dat hij me nog te zeggen had dat ik ook bij hem terecht kon voor de implantaten.

Als arts leg je een eed af, deze begint als volgt: Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten…

De chirurg die mij behandelde was niet met mij als patiënt bezig toen hij mij opereerde, mijn belang stond niet voorop. Hij verlichtte mij van mijn lijden door mijn kies te verwijderen, maar bracht mij tevens schade toe door mij niet goed in te lichten en niet naar mijn tranen te luisteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!