2019

Afval valt uit de lucht

De tuin van een buurman pak ik aan. Jaren is de tuin al niet onderhouden. Ik fris de boel weer op door onkruid weg te halen, nieuwe plantjes erin te doen en afval eruit te vissen. Er ligt veel vuilnis in de tuin. De veroorzakers hiervan lopen langs als ik met de tuin bezig ben.

Het afval in de tuin is afkomstig van bovenburen. De kinderen van het gezin gooien afval uit hun raam in de tuin beneden. Terwijl ik de rotzooi opruim, loopt de bovenbuurman met twee van zijn kinderen langs en bekijkt wat ik doe. “Waarom doe je die tuin? Die tuin is niet van jou,” zegt hij. “Ik maak het graag mooi voor de buurman,” antwoord ik hem. Hij kijkt me aan alsof ik gek ben en wil doorlopen. “Maar wacht even,” zeg ik, “nu ik je toch spreek. Ik wil je graag vragen of je kunt opletten dat er geen afval meer hier in de tuin beland.” Nu krijg ik een boze blik. “Waar heb je het over?” Ik wijs naar de zakdoekjes en plastiek die in de tuin liggen en zeg: “Nou dit afval, hier in de tuin. Misschien kan daar voortaan opgelet worden?” De bovenbuurman doet zijn best niet tekeer te gaan tegen me. Ik zie hem van binnen koken. “Waarom zeg je dat tegen mij? Heb ik niet gedaan.” Nee. Hij natuurlijk niet, nee. Maar zijn kinderen wel. Moet ik nu aan hem uitleggen dat zijn kinderen de schuldigen zijn? Nee, dat snapt hij natuurlijk zelf ook wel. Maar ik doe toch nog een poging, want ik wil niet steeds bezig zijn met afval uit de tuin vissen. “Het is een verzoek. Ik verzoek je vriendelijk om er voortaan op te letten dat er geen afval meer van boven naar beneden komt.” Zo. Klaar. Nu kan de bovenbuurman toch eigenlijk niets anders dan te zeggen dat hij er voortaan op zal letten? Maar nee, hier komt ie hoor, nu even opletten, hij zegt hierna het volgende: “Misschien komt het uit de lucht?” Ik sta paf. Dit slaat nergens op. Wat een kolder! Verwacht hij nu ook een antwoord hierop? Wat moet ik hier nou mee? “Uit de lucht? Afval komt gewoon uit de lucht vallen?” vraag ik hem verbaast, terwijl ik naar de hemel kijk. “Ja. Uit de lucht!” zegt hij resoluut. Ok. Laat maar. Met dit antwoord kan ik niets. Met deze man valt niet te praten. Dat is duidelijk.  Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik met hem een gesprek begon. Hoe stom ben ik? Met open ogen tuinde ik in zijn onzin. Ik sta voor paal. De bovenbuurman draait zich om en mompelt iets binnensmonds over mijn hond, waar hij een hekel aan heeft. Ik kan niet verstaan wat hij zegt, draai me ook maar om en ga verder met de tuin.

Even later loopt er een buurvrouw langs. Ze groet me en grinnikt tegelijkertijd terwijl ze langsloopt en wenst me succes met de tuin. Zou zij net het gesprek hebben opgevangen? Waarschijnlijk wel, want als er wordt gepraat op de binnenplaats dan kan iedereen horen wat er wordt gezegd vanuit zijn of haar slaapkamer. Zo vang ik immers ook al het geklaag en roddels op vanuit mijn slaapkamer. Gelijk voel ik me minder stom, nu ik me besef dat anderen het gesprek opvingen. Ik was niet degene die onzin uitkraamde. De bovenbuurman staat voor joker. Om hem wordt gelachen. Wat een geruststellende gedachte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!